U bevindt zich hier:
  • Nieuws & Evenementen

Hof van Justitie verduidelijkt regels omtrent abnormaal lage inschrijvingen

17 november 2022

Het Europese Hof van Justitie buigt zich in deze zaak over Bulgaarse identiteitsdocumenten over abnormaal lage inschrijvingen en hoe aanbestedende diensten daar mee om moeten gaan. Duidelijkheid wordt gegeven over de rol van automatische mechanismen voor het identificeren van abnormaal lage inschrijvingen en de mogelijkheden van rechterlijke toetsing bij het gebruik daarvan.

De belangrijkste conclusie van het Hof is dat het gebruik van zulke mechanismen toegestaan is, zolang vermoede abnormaal lage inschrijvingen, inschrijvingen die zo laag zijn dat de aanbestedende dienst gegronde reden heeft te vrezen dat de inschrijver de noodzakelijke werkzaamheden niet uit kan voeren, niet automatisch uitgesloten worden.

Feiten
De Bulgaarse centrale overheid heeft in 2018 een niet-openbare aanbestedingsprocedure uitgevoerd voor de planning, ontwikkeling en het beheer van een systeem voor de afgifte van Bulgaarse identiteitsdocumenten. Onder de inschrijvers waren twee Duitse bedrijven: Veridos GmbH en Mühlbauer ID Services GmbH. Een hulpcommissie heeft een voorselectie van de gegadigden gemaakt en de inschrijvingen onderzocht. Beide Duitse bedrijven werden uitgenodigd om een inschrijving in te dienen voor de aanbestedingsprocedure, en beide deden dat. Op basis van de vergelijking van de inschrijvingen werd de opdracht gegund aan Mühlbauer.

Veridos was echter van mening dat de inschrijving van Mühlbauer abnormaal laag was en de opdracht daarom niet aan deze partij gegund had mogen worden. Aanbestedende diensten hebben op grond van artikel 69 van Richtlijn 2014/24 (in Nederland geïmplementeerd in artikel 2.116 Aanbestedingswet 2012) de mogelijkheid om inschrijvingen af te wijzen die abnormaal laag zijn. Dat is het geval als de prijs onvoldoende verklaard kan worden met bewijsmateriaal dat de lage prijs geloofwaardig maakt. De aanbestedende dienst moet de indiener van de lage inschrijving eerst in def gelegenheid stellen om de prijs toe te lichten voordat deze de gegadigde uitsluit. Veridos maakte bezwaar tegen het besluit tot de gunning aan Mühlbauer bij de mededingingsautoriteit. Deze autoriteit wees het bezwaar af. Uiteindelijk belandde Veridos bij de hoogste bestuursrechter in Bulgarije, de Varhoven administrativen sad.

Het Bulgaarse aanbestedingsrecht bevat een criterium om te bepalen of er sprake is van abnormaal lage inschrijvingen. Daarvan is volgens deze bepaling sprake wanneer een inschrijving voor een bepaalde evaluatiefactor meer dan 20% lager ligt dan het gemiddelde van de overige inschrijvingen. Dit betekent dat er in totaal minstens drie inschrijvingen moeten zijn. Er kan namelijk geen gemiddelde van de andere inschrijvingen worden berekend als er maar één verdere inschrijving is. Om deze reden was de bepaling volgens de mededingingsautoriteit niet van toepassing. Dit was het enige mechanisme dat de Bulgaarse wet ter beschikking stelde om te beoordelen of er sprake was van een abnormaal lage inschrijving.

De ‘Varhoven administrativen sad’ vraagt zich op grond van het bovenstaande af of de aanbestedende dienst, in dit geval waarin er een nationaal mechanisme bestaat dat niet van toepassing is, is vrijgesteld van de plicht om te controleren op abnormaal lage inschrijvingen.

Rechtsvragen
De Bulgaarse verwijzende rechter stelt de volgende vragen aan het Europese Hof:

  • Betekenen artikel 56 en 69 van Richtlijn 2014/24, in samenhang met artikel 38 en 49 van Richtlijn 2009/81, dat wanneer een nationaal wettelijk vastgesteld criterium voor het definiëren van een abnormaal lage inschrijving niet van toepassing is en er geen ander vooraf opgesteld criterium hiervoor is, de aanbestedende dienst niet hoeft te onderzoeken of er een abnormaal lage inschrijving is?
  • Betekenen deze zelfde artikelen dat de aanbestedende dienst alleen hoeft te onderzoeken of er een abnormaal lage inschrijving is wanneer er een vermoeden van zo’n inschrijving bestaat of moet de aanbestedende dienst altijd de ernst van de inschrijvingen controleren en zijn beslissing daarover motiveren?
  • Geldt een dergelijke vereiste ook wanneer er slechts twee inschrijvingen zijn ingediend?
  • Houdt artikel 47 van het Handvest in dat de beoordeling van de aanbestedende dienst dat er geen abnormaal lage inschrijving is rechterlijk getoetst kan worden?
  • Zo ja, houdt datzelfde artikel in dat een aanbestedende dienst die niet heeft onderzocht of er een abnormaal lage inschrijving is, moet motiveren en aantonen waarom er geen vermoeden van zo’n inschrijving is?


Uitspraak Hof
Lees het volledige artikel en de uitspraak op europadecentraal.nl.

Bron: Pianoo.nl, Europadecentraal.nl

Terug