U bevindt zich hier:

Handreiking tenderkostenvergoeding

25 oktober 2018

Op 15 oktober heeft staatssecretaris Keijzer de handreiking tenderkostenvergoeding aan de Kamer aangeboden. Daarin wordt onder andere ingegaan op de vraag wanneer een aanbestedende dienst een tenderkostenvergoeding moet bieden. Ook wordt inzicht gegeven in hoe hoge tenderkosten en daarmee een eventuele vergoeding vermeden kan worden.

De handreiking is een uitvloeisel van het traject Beter Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Ook behandelt de staatssecretaris in een Kamerbrief twee andere moties in het kader van Beter Aanbesteden en de aanstelling van de nieuwe aanjager van het traject.

Tenderkostvergoeding
De handreiking benadrukt dat aanbestedende diensten in hun inkoopbeleid aandacht dienen te besteden aan de tenderkostenvergoeding en daarvoor minimaal een proces of afwegingskader moeten opstellen. De tenderkostenvergoeding zou bij iedere aanbesteding een aandachtspunt moeten vormen, zodat hier bewust en tijdig een keuze in wordt gemaakt. De handreiking geeft de volgende uitgangspunten mee:

  • Geen vergoeding bij laagste prijs
  • Geen vergoeding bij reguliere aanbesteding
  • Geen volledige vergoeding van gemaakte kosten
  • Alleen vergoeding voor geldige inschrijving
  • Ook vergoeding bij mislukte aanbesteding


Hoogte tenderkostenvergoeding
De hoogte van een eventuele tenderkostenvergoeding is situatie- en branche specifiek. De belangrijkste pijlers bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding zijn:

  • De waarde van de opdracht ten opzichte van de voor inschrijving benodigde inspanning.
  • De mate waarin een bovengemiddelde inspanning van de inschrijver gevraagd is.

De handreiking geeft voorbeelden van branchespecifieke kaders en beveelt aanbestedende diensten en branches aan hier gezamenlijk kaders voor te ontwikkelen.

Bij aanbestedingen die relatief veel kosten en/of inspanning met zich meebrengen valt te denken aan:
• Aanbestedingen voor grote/complexe projecten, zoals infrastructurele werken;
• Architectendiensten;
• Mediacampagnes (met bijvoorbeeld uitwerking casuïstiek en/of deelcampagne);
• ICT-projecten waarbij sprake is van uitwerking van ontwerpen of demo’s;
• Het maken van samples, maquettes of proefopstellingen;
• Uitgebreide casuïstiek, waaronder het opstellen van plannen, ook met het oog op het realiseren van allerlei maatschappelijke doeleinden.

Andere moties: aantal tenderkostenvergoedingen en intrekking aanbesteding

In de brief geeft staatssecretaris Keijzer tevens invulling aan de motie Bruins c.s. door aan te geven dat zij begin volgend jaar steekproeven wil laten verrichten om inzichtelijk te maken hoe vaak tenderkostenvergoedingen in de praktijk worden verstrekt.

Verder behandelt de staatssecretaris de motie Van den Berg/Wörsdörfer betreffende kaders voor vergoedingen in geval van een (laattijdige) intrekking van een aanbesteding. In deze motie werd verzocht of deze in de handreiking of de Gids Proportionaliteit geplaatst konden worden. De staatssecretaris wil voorkomen dat aanbestedende diensten bedingen opnemen die een dergelijke vergoeding uitsluiten. Daarom zal zij de adviesgroep Gids Proportionaliteit vragen advies uit te brengen over het verbieden van dergelijke bedingen in de Gids.

Nieuwe aanjager traject Beter Aanbesteden

Als laatste wordt de nieuwe aanjager van het traject Beter Aanbesteden in de Kamerbrief aangekondigd. Dit wordt de heer Karsten Klein. Hij was tot medio dit jaar wethouder Economische Zaken in Den Haag.

Bron: Kamerbrief over handreiking tenderkostenvergoeding - Rijksoverheid

Terug